verhaal
Terug naar school
- Ver kijken naar de overkant, Mongolië, 2005 -
Dit stukje draag ik op aan de dappere papa en zijn stoere zoontje die in een vreemde kroeg in een grote stad op de eerste rij werden blootgesteld aan een golf maatschappijkritiek uit de vuilgebekte mond van een stand-up comedian die niet eens de landstaal naar behoren beheerst. Het was een lachsalvo op maat. Een memorabele anekdote in de annalen van de Groote Wereldvrede.
Vandaag is het maandag en morgen begint het nieuwe schooljaar in Antwerpen. Kindjes worden af- en aangevoerd, nemen met enige weemoed of angst afscheid van een welverdiende vakantie en trekken hun dapperste schoentjes aan om op de schoolbanken geduldig en lijdzaam de voorgekauwde kennis tot zich te nemen. Omdat het moet. Het is de leerplicht, daar valt niet aan te tornen.
Hier en daar kijken er wellicht ook kindjes uit naar dit nieuwe begin. De reünie met de vertrouwde gezichtjes, de speelmakkers, de lieve juf of meester, de vertrouwde geur van de klaslokalen, het speelse plein en de stoere verhalen over kamperen in de regen of zwemmen in exotische tuinen. Vermoedelijk zijn er ook hier en daar kindjes die opgelucht de last van de kleine schoudertjes laten vallen en uitkijken naar een nieuwe uitdaging voor de hersenhelften.
Hun vakantie was allicht te chaotisch, te druk, te veel en te eenzaam. Deze kindjes kijken uit naar de gloednieuwe kennis die ze uit oude boeken en nieuwe internets willen opduiken. Ze staan te poppelen om met foute brilletjes, scheve beentjes en dunne ledematen in veel te saaie klederdracht een quantumwetenschappelijke en boeiende wereld in te duiken waarin ze zich steeds hebben thuisgevoeld. Het zijn de ‘geeks’ van de toekomst, de Einsteins in de coulissen, de Beethovens voor dovemansoren. Zij schreeuwen in alle stilte, veilig vastgekneld op de achterbank van een veel te dure auto: “Laat me eruit! Geef me een tramkaart en een stadsplan. Of een maanfiets en een nanoloepje als het echt moet. Ik vind de weg. Vertrouw me.”
Het geclaxonneer en de gierende banden van een slenterende ochtendspits in diepe stress overstemt hun zwanenzang. Zij komen gebroken aan waar ze heelhuids zo naar verlangden. Een klas te laag, een jaar te vroeg. Een bijzonder onderwijs. Net niet op maat. Een gemiste kans voor iedereen.
Levenslang studeren – voor Frank, Bram en aanverwanten
Omdat ook op zondag, de dag van de Heer, nagedacht mag worden door de jongens en meisjes met een wijsheidshonger: http://nl.wikipedia.org/wiki/Salische_wet
Het is alvast wat leesvoer voor de nieuwsgierige Merovingers met hoofdplaats Dispargum. Waar dat stadje toen lag, daarover is met het nu kennelijk nog steeds niet helemaal eens, was het Duisburg of Doornik of Tervuren? En gaf Godfried van Bouillon opdracht voor het bouwen van een heilig huis op de Zionberg? Who gives a holy dung, the yak maybe? The holy cow, de Boermoeder?
Wat waren de Salische Wetten die men toen hanteerde en wie wilde men daarmee beschermen? Dat is de vraag die aan de orde is in het hier en nu Anno Capitolistico 2009. De gevangenissen aller landen raken overvol met mensen die of niet voor de rechtvaardige rechter komen of wegkwijnen in een onbehandelde waanzin en waterfolterpraktijken. Is dat de democratie op zijn best? De kracht is voor de ziel, de macht is voor dictators. Waar blijven de Goede Huisvaders, de Burgers met Verantwoordelijkheidsgevoel en Ethisch Gedrag? Lopen ze vooral hun pik nog achterna? Of worden er hier en daar uitdagende neurotransmitters gestimuleerd om eens een andere denkpiste te snowboarden? Met de mentale gezondheidszorg gaat het ook niet al te best. Maar misschien kwam ik toen net op het verkeerde adres terecht. Wie zal het zeggen? Het was me iets te BOEIENd daar in X1. Soit, c’est passé près de chez moi. Voltooid verleden tijd.
Vandaag drink ik, na het verplaatsen van de VW naar een parkeerplaats op de openbare weg, een wijntje op wijlen Bram die zo maar plots uit mijn liedjeslandschap verdween in Italië in het gezelschap van zijn dochter, terwijl ik met Kees druk bezig was de yaks te bewonderen die vredevol bij de gerretjes hun melk laten druppelen.
Een aanrader van de artiest Bram Vermeulen voor de novembermaand of andere Wapenstilstandsvieringen vind ik persoonlijk “Oorlog aan den oorlog”. Daarmee maakt hij komaf met zijn eigen biografische karmakruiwagen en de dwaze vredesformule “Oog om oog, tand om tand”. De mens Vermeulen heb ik persoonlijk nooit gekend. Ik heb nog wel een gesigneerd exemplaar van een hoesje rond een schijfje, het is gewoon een sterretje. Ik voelde me die dag de koning te rijk daar in den Arenberg. Al wie het veilen wilt, die kan het krijgen. Voor minder dan 50/50 ben je in dat geval aan het verkeerde adres. Ik onderhoud een familie van vele generaties. Op mijn manier.
Amen.
Punt.
Andere ___________
Gisteren geschied, nu passé en voltooid verleden tijd – voor de Wolven in het Gibierpark en Bram Vermeulen
Kom ik daar toch van een fantastisch mooie vakantieleemte terug uit het Ardennendefensief en wat blijkt? Knots, boem, bots: de sleutel van de straatdeur blijkt van gedaante te zijn veranderd, onverwacht mutatiegedrag dus. Daarmee bedoel ik dat een huurder de sleutel van een waardeloos slot helemaal kapot had gedraaid waardoor het stuk onbenullig ijzer in het waardeloze slot kwam vast te zitten.
Problematisch, dat begrijp je.
De eigenaar van het pand wist er niets beter op te verzinnen dan het aanschaffen van een poepsjiek duur slot met niet-kloonbare sleutels voor onze veiligheid en de bescherming van zijn dure immo-investering. Fijn voor later, maar ietwat kwaadmakend op het moment suprème toen ik wilde laden en lossen van eetbare en onvervangbare vakantiesouvenirs allerhande. Ikke dus kwaad, maar eerst geduldig en met plezier en brio de gemaakte afspraken afgewerkt in een poepsjieke outfit van Nepalees katoen en clothes swapping ragfijne stofjes met een zeker fatsoenlijkheidsgehalte. De activiteiten zijnde: ruilen van een vrijkaart voor een jazzconcert in Theater aan de Stroom voor eurodollars, inweiden (let op: juiste spelling, we waren een kudde, geen stelletje religiefanaten) van een mooie herberg op de Brouwersvliet 12 alwaar in de nabije toekomst een potentieel goudmijntje zich zal ontpoppen voor de vlinders aller landen. Verder heb ik hier en daar nog wat kristallen bierglazen gered van een veel te snelle dood in de glasbak van de wildplassers. De plantjes kregen hier en daar water. Het was namelijk nogal een zweterig en sauna-achtig feestje, zo hoort dat bij inweidingen. En ‘s ochtends gaan slapen op de werf natuurlijk, om de hoek van het dure dok waar de TAS zich langzaam maar zeker een weg naar het stadplan baant. Slapen dus in het ex-Nazi-busje van het volk, a.k.a. Volkswagen Transporter van het woonbare type. Een zwerfkat trouwens, dat nu volgens het Parkeerbedrijf een LV (lees: lichte vrachtauto) wordt genoemd. Onzin, ik bezit geen rijbewijs voor vrachtauto’s. Bovendien weeg ik om en bij de zestig kilo en is het met mijn Body Mass Index perfect binnen de lijntjes kleuren. Dat is dus bezwaarlijk een lichte vracht te noemen, of juist wel? In het totaalpakket zou dan minstens een speciaal vrijbewijs mogen zitten, mijn gedacht.
‘s Namiddags echter, bij het prille ontwaken na een welverdiende top notch whiskey van het hoogste schap, komt daar toch weer die woede opzetten. En dat in de verontwaardigde vorm van enkele vragen ala “Waarom wist ik niet dat het slot was veranderd?” “Was ik zo onbereikbaar?” “Zat ik misschien op een andere planeet?”. Ik dacht het niet. De huisbaas moest namelijk bij het solliciteren voor de vacante studio heel wat persoonlijke info optrommelen voor zijn databank. Bijna net geen bloedafname of DNA sample maar het heeft niet veel gescheeld. Trouwens, men is nu ijverig op zoek naar DNA samples van Khengis Khan, maar dat is een ander verhaal. Dat laat ik over aan Dan Brown met zijn realistische horrorverhalen en de heren professoren van MIT met bizar satellietgedrag boven de Mongoolse steppes. Daar word je kennelijk lekker rijk van, van Hollywood ook trouwens. Soit, waar was ik gebleven?
Oh ja, op straat dus. Technisch dakloos, maar verre van de wanhoop. Ik heb slaapadressen over de hele wereld, ik ben niet snel bang te krijgen – niet meer, daarvoor ging ik reeds al te vaak in de ogen van de kleine wereldstormen staan. Maar slapen in de studio die ik correct en prompt sinds juni in huursommen durf op te eisen kon die nacht kennelijk niet. NAAR HET SCHIJNT (dank u, Nigel Williams) zou de huisbaas iedereen op de hoogte hebben gebracht van de slotmutatie. Ikke niet dus. Kennelijk werd er van mij verwacht tijdens een Ardennendefensief mijn mails te lezen, mijn voice mail te raadplegen en/of de huisbaas te stalken. Daar doe ik niet aan mee, je kent me. Dat is onzin, energieverspilling en niet contractueel verplicht. Ik heb daar dus een boos spelletje van gemaakt. Ik naar de Oudaan – prachtige architectuur trouwens – bij de blauwe waakhonden. Of ik op kosten van de belastingsbetaler een p.v. kon laten opstellen in de vorm van een klacht. Dat bleek niet mogelijk en, ze hadden achteraf bekeken helemaal gelijk, niet noodzakelijk. De gulden middenweg dus, daar valt kennelijk goud te rapen voor de ziel. Ik dus op kosten van de belwaarde – Bellewaerde is trouwens voor mij geen pretpark maar dolle kinderellende van de extreme soort, maar dat is wederom een ander verhaal, we wijken af – van de belastingsbetalers naar de huisbaas gebeld. Beleefd toch dringend verzocht de kleine lettertjes van de rechten van de huurders eens rustig door te nemen tijdens zijn talrijke afwezigheden uit het Belgenland. Dat heeft hij kennelijk goed en beleefd begrepen. Hij weet nu namelijk, en hopelijk zijn rechtspersoon ook, dat ik belde vanuit de politietoren met in mijn hand een telefoonnummer van de huurdersbond die ergens in Borgerokko een pandje bezetten. We hebben het, chapeau chapeau, echter respectvol doch streng opgelost. Morgen maandag ga ik op ZIJN zaak de superveilige sleutel afhalen en kan ik mijn plantjes gaan gieten die nu hopelijk nog net reanimeerbaar zijn. De rest kan me gestolen worden. Dat leeft niet, dat is geschiedenis in kleine boekdeeltjes. Die bomen zijn al lang voor de bijl gegaan. Die reddingsoperatie is wat mij betreft vijgen na Pasen. Over vasten gesproken, het is nu Ramadam (schrijf ik dat correct?). Dat is wederom een ander verhaal. Dat valt te Googlen of te vragen aan de nieuwe Belgen die de landstaal met handen en voeten kunnen bewoorden in grappige symboliek, een glimlach of een begripvolle knipoog dus.
Waar was ik gebleven? Oh ja, morgen maandag kan ik in de studio de planten gieten. Oef, gelukkig maar. Dat wilt zeggen dat ik vandaag Zondag Josdag helemaal niets hoef en misschien zelfs alles mag als ik het maar duidelijk en vriendelijk vraag aan aanverwante bezielde bedelaars. Bedankt en alvast schol op de volgende nop notch! Zonder ijsblokjes graag. Whiskey moet verwarmen, niet afkoelen. Water brengt verkoeling en is op kosten van de belastingsbetalers verkrijgbaar uit de waterpompen op de pleintjes her en der. Middeleeuwse praktijken, dat geef ik toe. Maar een recht voor iedereen die er gebruik van wenst te maken. Prosit! Doktoi. Tot in den draai als je weet waar ik graag uithang. Anders moet je mij maar zoeken op de internets. Die zijn er voor iedereen met informatiehonger en/of een gevoel voor droge whiskeyhumor.
Zoals je misschien wel of niet gemerkt hebt is deze site sinds kort bewaakt door Creative Commons licentiecreatoren. Dat wilt zeggen dat je mag klonen, hertalen, vertalen, bewerken, copy-leften etc etc. Wilt u financieel winstbejag vertonen op kosten van mijn ziel, dan huur ik de duurste advocaat van de hoogste ivoren torens – als die dan nog niet gemolesteerd zijn door kranen en/of terreurvluchten. Ik heb een donkerbruin vermoeden dat me dat weinig geld zal kosten, die advocatenfactuur bedoel ik dan.
Need VAT number? Send me the invoice, I’ll copy yours with pleasure.
Aldus sprak Zara Trustme het laatste weekend van de gloednieuwe schooljaren in deze kontrijen (hoe schrijf je dat?).
Beleefd en hoogachtend buig ik voor de virtuele bloemen die me spontaan voor de voeten vallen. Hebben ze de slappe lach of gewoon een grand maleur van epileptische aard. Vraag het aan de bloemen (dank u, Louis Neefs)!
Sarah
Opdracht voor 20.08.09

Native Speaker – New York City, 2005
Ik durf mezelf wel eens moed inlezen na een zwarte nacht. Kwestie van een luchtige toon te geven aan het ontbijt en de eerste sigaret na een welverdiende teer- en nicotineleemte. Ik neem dan lukraak een boekje uit de grote boekenkast, sla het toevallig open op de eerste beschikbare pagina en lees. En weet. Alles komt goed. Vandaag valt het boek open op bladzijde vierentachtig.
“In het geval van trots moet je het ik vervangen door de ander en bedenken dat we allemaal gelijk zijn. Soms gebeurt het dat trots of jaloezie in een intieme relatie binnensluipt en zo’n relatie gaat verzieken. Vreemd eigenlijk, aangezien we alle reden hebben om de ander te waarderen.”
Uit: De weg van het vertrouwen. Lama Karta. Schoten: Kunchab, 2002. Vertaald door Karen Bruyneel. Oorsponkelijke titel: La voie de la confiance.
Ik vond in dezelfde publicatie een leuk International Standard Book Number, ISBN 90 74815 09 X. Dat werk draagt de Nederlandstalige titel Kringloop van bardo’s. Beschouwingen over leven, dromen, mediteren, sterven en geboren worden. Het is een werk van 184p. en niet iets om al rijdende in de file of dringend onthaastend door te bladeren als een misplaatste krant met interessante kopjes en woordspelingen.
Een woord van dank is helemaal terecht aan alle wezens die me door de zwarte nacht hebben geloodst. De Tunesische woef, de Indische chef, de Touaregs zonder woestijn, de hond van de rolstoelpatiënte die samen met mij even bij het Scheldewater stilstonden om te beschouwen wat altijd al was en steeds zal zijn. En de AWW voor de pompen op de pleintjes. Een gratis veilige openbare wc met dienstenchequeslaafjes vond ik niet. Wildplassen in de brievenbus van de buren vind ik maar niets. Ik ben dan maar gaan zeiken in de kroeg. En vond troost in de rumrum, drumdrum en jazzy Simone. Generaal Rondje! Same shit, brand new day.
Propere prioriteiten
New York City, USA – februari 2005
Het artikel What would get Americans biking to work? verwijst naar het boek The high cost of free parking.
Gezien vrij parkeren in de US nog wijd verspreid is wordt de gemakzuchtige gedachte ‘snel even met de auto’ (lees: liever lui dan moe) niet in de kiem gesmoord. De vervuiler hoort te betalen. Daar horen betaalde parkings bij. Jammer, maar juist.
Wie goed te been is en woont in een regio waar de staat een netwerk van openbaar vervoer heeft georganiseerd op kosten van de staatsbewoners, hoeft niet zelf de privé-auto te nemen voor korte afstanden. En heeft dan zeker niet het (mensen)recht om gratis te parkeren. Wederom, mijn eigen bescheiden mening. We zijn samen verantwoordelijk voor de verse longlucht. Met vingers wijzen naar een andere en ergere schuldige gaat niets oplossen. We moeten maar eens nieuwe prioriteiten gaan stellen. “D’abord les chaussures, puis les voitures”, zou de Afrikaan zeggen.
Hoe ver willen we gaan? Wordt ‘Zonder Achterbank Naar School’ een demonstratiesport op de Olympische Spelen 2025?
Iemand stelt de vraag
Dag Kris
Toen ik je stukje las over de volgens jou onverantwoorde dotaties aan het Belgische koningshuis kwam er spontaan een breintrein in me opzetten. Ik pen hier graag enkele losse wagonnetjes neer die weergeven hoe ik over deze kwestie denk.
Vanuit het koningshuis worden er allerlei stichtingen, fondsen en andere filantropische organisaties op touw getrokken en gesponsord. Helaas, naar mijn bescheiden mening, passen in dit plaatje alleen die groeperingen die aansluiten bij de religieuze boodschap die het koningshuis wilt profileren. In dat opzicht wordt er dus onrechtstreeks, met gemeenschapsgelden, een zekere dogmatisering en hersenspoeling in de maatschappij in stand gehouden. Dit gaat naar mijn gevoel volledig in tegen het principe van de scheiding van Kerk en Staat. De kracht ligt bij het volk, de macht hoort bij de Staat. Religie hoort thuis in de religieuze gebouwen en instellingen alwaar het steeds verder zoeken is naar oprechte naastenliefde en liefdadigheid voor iedereen. Hoe verklaar je bijvoorbeeld dat een hulpcentra voor de preventie van sexuele aandoeningen een pand huurt van de Kerkfabriek, terwijl diezelfde Kerkfabriek in het Vaticaan het gebruik van condooms in Afrika absoluut afkeurt als zijnde een zonde tegen God? Dat zijn zo van die vragen in mijn hoofd waardoor ik ‘s avonds wel eens een fles wijn durf achterover te slagen en de kranten volledig links laat liggen. Dan denk ik ‘Ze doen maar op, dwaze kl*ten’. Je hoort het al, ik praat lang niet zo beschaafd als mijn schrijfstijl.
Een ander contrast zag ik ook in het bestaan van een wapenfabriek in dit koninkrijk terwijl het de prinsessen zijn die ontmijningsprojecten gaan bezoeken op exotische bestemmingen om de filantropische schijn van de paleizen hoog te houden. Is zij dan een rolmodel? Een rebel? Of gewoon verstrikt in een vicieuze cirkel? Of doet zij gewoon even bijklussen tijdens haar welverdiende rust in een tropisch paradijs? Daar durf ik liggende in mijn hangmat na een drukke werkdag ook wel eens uren over doordraven. Ik stel het maar in vraag, meer niet.
Naar mijn bescheiden mening moet de Staat er in eerste instantie zijn voor alle bewoners van het betreffende staatsgebied, daarna eventueel voor de vrienden en buren en uiteindelijk voor het goed van alle wezens die deze planeet bevolken – dan gaat het dus over meer dan alleen de rechtlopende zoogdieren, laat dat even duidelijk zijn. Maar daar zijn we nog niet, dat is voorlopig nog Utopia. Dat besef ik ook. Mijn realiteitsbesef is doorgaans van een aanvaardbaar niveau. Voor die fles wijn dan.
Laat ik dus even terugkeren naar jouw stukje over de onverantwoord hoge dotaties aan het koningshuis. Ik stel voor dat er eens een rustig debat komt – wie weet, zelfs met een referendum – over de ontbinding van het koningshuis als inspraakorgaan in de organisatie van de Staat. Het koningshuis zou bijvoorbeeld een vzw of stichting kunnen worden die naar hartelust aan liefdadigheid kan doen voor het winnen van zieltjes voor Christus. Of een bvba voor het promoten van jachten en snelle wagens. Ik zeg maar wat. Dat mogen ze volledig zelf bepalen, uiteraard. Als het maar in het huidige wettelijke kader past. Ik ben zeker dat de koning en zijn gevolg in staat zijn een meertalige advocaat te betalen om deze module legaal voor hen uit te dokteren. Tot die tijd, helaas, blijft het volk vooral een speelbal van machtsvoerders die een stervende man op een houten kruis vereren. Dat is eeuwen geleden gebeurd. Of niet. Dat laat ik in het midden. Ieder zijn geloof. Wat belangrijker is: is dat wat we nu nog waardig sterven willen noemen?
Ik sluit graag af met een van mijn favoriete citaten. Ze is helemaal vrij vertaald en komt volgens mij van ene M. Ghandi.
‘We have to be the change that we want to see in the world’. Ik zou zeggen, laat daar maar eens een groepje vertalers of bibliothecarissen op los. Benieuwd of de boodschap de ver- en hertalingen zal overleven…
Vriendelijke wensen
S. Buys, B-2000, 20090818
Beer
Vreemd hoe mensen hun verontwaardiging, woede of verdriet wensen te uiten. De nieuwsberichten over de moorden in een crèche in Dendermonde waren nauwelijks aan het circuleren of er begon zich reeds een muurtje van pluche en bloemen op te trekken aan de plaats delict. Mensen trokken massaal naar de speelgoedwinkel en kochten een teddybeer. Waarschijnlijk een Chinese teddybeer. Een Chinese teddybeer uit een sweatshop waar onder ongunstige omstandigheden voor een belachelijk laag loon een mooie simulatie van slavernij wordt bedreven. Vervolgens moet die beer in plastic gewikkeld worden. Niet-recycleerbare plastic. En dan nog een kaartje erbij. Zoiets als: “Ik leef met u mee”, of “Ik begrijp uw verdriet”. Whatever, als het maar niet is “Gelukkig is mij dit niet overkomen!” of “Hadden ze die jongen maar eerder geholpen”. Waarom doen mensen dit? De enkelingen die de slachtoffers werkelijk kennen buiten beschouwing gelaten, gaat het vermoedelijk om een boel mensen die de betrokkenen van haar noch pluim kennen. Ze hebben niets met elkaar gemeen behalve het feit dat ze toevallig dezelfde postcode delen. Maar die postcode blijkt voldoende om een gevoel van samenhorigheid op te wekken. Opgezweept door een mediamachine die maar wat graag de emotoer opgaat, laten mensen zich meeslepen in gevoelens van woede en rouw die misschien niet eens de hunne zijn. Plots moeten alle crèches zwaarbewaakt, moet de doodstraf weer in voege gebracht en kondigt de zoveelste witte mars zich al aan. En natuurlijk is het erg. En natuurlijk mocht zoiets niet gebeuren. Jammer dat de samenhorigheid te vaak stopt aan de grens van een postcode. Wie laat zijn slaap voor de slaaf?
Een moeilijke dag
“Je kan alleen maar lief zijn voor de mensen rond jou. En voor jezelf, natuurlijk.”
Dat was jouw antwoord op mijn huilende hunkeren naar wereldvrede. Ik worstelde met de schijn-mensrechten-lijkheid van het bestaan. Ik begon de fundamentele goedheid van ons allen serieus in vraag te stellen. Heel af en toe fantaseerde ik over euthanasie voor mijn gekwelde geest en in gedachten trok ik me regelmatig de haren uit het hoofd uit pure onmacht. Daar waar ik geen weg meer zag, liet jij me simpelweg terugkeren op mijn passen. Terug dichter, nog dichter, heel dichtbij. Jij en jouw naasten. Niet de hele wereld. Die is veel te groot voor jou, kleintje.
“Je kan alleen maar lief zijn voor de mensen rond jou. En voor jezelf, natuurlijk. Meer kan je niet doen.”
Zo simpel, zo eenvoudig. Je hebt me toen uit het diep gered met een boei van twee zinnetjes.
Antwerpen, 26.3.2008
illustratie van Mattanja Nuhaan
Wimpeltje
Toen ik deze blog begon dacht ik regelmatig iets te zullen schrijven over wat ik las in de krant, over wat er in de straat gebeurt, over de faits divers maar ook de essentiële Grondbeginselen van het Leven. En zelfs nu, op de grens van verontwaardiging om wat er in de verzamelde pers wordt geschreven over onrecht, op de grens van ongeloof in het edele van de kapitalistische mens, op de grens van desillusie in de nv. Mensenmaatschappij, voel ik me niet geroepen daar nog een steentje aan bij te dragen. Wat valt er nog te zeggen? Wat kan ik hier nog aan gal spuwen wat al niet aan bod komt in alle blogs en logs van onze internetwereld? In een forum over het wel of niet boycotten van de OS, lees je plots over “ja maar wat dan met Israël, wat dan met Darfur, wat dan met de USA?!” Iedereen heeft wel een lijstje over wat en waar het er allemaal nog erger, nog hypocrieter, nog onmensrechtelijker aan toe gaat. En met al dat geklaag en al dat wijzen met ons vingertje – niet ik, maar jij – spelen we de joker uit en grijnzen we “ik pas!”. En zo hoeft niemand iets te doen, zo wassen we allemaal onze gore handjes in de schone onschuld. Niet ik, maar jij moet veranderen, dat is wat we denken.
Zal ik een petitie tekenen voor een boycot van de OS? Zal ik vreedzaam met een Tibetaans wimpeltje staan zwaaien op een sneeuwbedekt Antwerps pleintje waar passeerders vanuit hun SUV-fort even hun elektronische raampje laten zakken om te horen waar het allemaal om gaat om dan misprijzend plankgas door te rijden met in hun dodehoekspiegeltje niets dan een eenzame fietser op weg naar huis? Wat maakt het allemaal nog uit?
Ik fiets terug naar huis, de SUV scheurt rakelings langs mijn stuur. Ik ga zitten in mijn dode hoekje, brandt een kaarsje en maak het stiller dan sneeuw in mij. Tijd voor mijn Gandhi mantra: “You have to be the change that you want to see in the world. You have to be the change that you want to see in the world. You have to be the change that you want to see in the world…”
Morgen weer een nieuwe dag.
Oud nieuw

We hebben het oude jaar afgesloten met – hoe kan het ook anders – een culinair feest. Jamón de pato negra vers gesneden van de bil, wortelsoep met bloedappelsien, hertefilet met gekarameliseerde worteltjes. Allemaal rijkelijk overgoten met champagne, wijn, nog meer wijn. Het vuurwerk aan de Scheldekaai. Telefoontjes naar familie dichtbij en vrienden helemaal in Egypte. En afsluiten in een heksenkroeg met een hoop gerstennat. Ik was pas om vijf uur terug onder de levenden. En dan nog. Geen goede voornemens. Niet stoppen met roken of drinken. Het eerste reisje is geboekt. Overmorgen flaneren we langs de Parijse boulevards. 2008 is ingezet.






